ECLI:NL:RVS:2009:BK4286
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake weigering wijziging agrarische bestemming in woondoeleinden
Het college van burgemeester en wethouders van Westland weigerde bij besluit van 5 september 2006 de agrarische bestemming van bepaalde gronden om te zetten in de bestemming 'Woondoeleinden'. Tegen dit besluit maakte een wederpartij bezwaar, dat het college op 4 september 2007 ongegrond verklaarde. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het een nieuw besluit moest nemen voordat het hoger beroep was beslist. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde dit verzoek en oordeelde dat het college een spoedeisend belang had bij de voorziening, omdat het anders een besluit zou moeten nemen dat het rechtens niet juist acht.
De voorzitter achtte het oordeel van de rechtbank niet zonder twijfel in stand te blijven, mede omdat de wederpartij geen concrete bewijsstukken had overgelegd waaruit een ondubbelzinnige toezegging van medewerking door een ambtenaar van de gemeente bleek. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat het college geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.