ECLI:NL:RVS:2009:BK4295
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen kuilvoerplaten en sleufsilo's na verlening bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland weigerde handhavend op te treden tegen kuilvoerplaten en sleufsilo's op een perceel, omdat deze bouwwerken zonder bouwvergunning waren opgericht. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het college ten tijde van het besluit niet langer bevoegd was tot handhaving, omdat later alsnog een bouwvergunning was verleend voor de sleufsilo's.
Appellant stelde dat het college verplicht was tot handhaving omdat de bouwvergunning onterecht was verleend en dat hij niet correct was gehoord over de aanvraag van die vergunning, wat zijn belangen zou schaden. De Raad van State overwoog dat het college slechts bevoegd is tot handhaving bij overtreding van een wettelijk voorschrift en dat deze bevoegdheid was komen te vervallen door de verlening van de bouwvergunning.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de handhaving niet langer mogelijk was en dat appellant niet was benadeeld door het ontbreken van een hoorzitting over de vergunningaanvraag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.