ECLI:NL:RVS:2009:BK4303
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens overtreding BOOT
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 18, vierde lid, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks (BOOT). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond en wees het beroep af.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep, omdat het BOOT is vastgesteld op grond van de Wet bodembescherming en beroep tegen het besluit bij de Afdeling moest worden ingesteld. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde deze onbevoegd.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat appellant het bezwaar niet tijdig had ingediend. De door appellant ingediende faxen van 26 februari 2006, 10 april 2006 en 3 augustus 2006 konden niet worden aangemerkt als tijdig bezwaar. De Afdeling concludeerde dat appellant in verzuim was en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.