ECLI:NL:RVS:2009:BK4307
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- M.F.N. Pikart-van den Berg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens ernstige verdenking strafbare feiten
De commandant van de Koninklijke Marechaussee trok op 25 maart 2008 de toestemming van appellant in om beveiligingswerkzaamheden op luchthaven Schiphol te verrichten, vanwege een strafrechtelijk onderzoek tegen appellant wegens ontucht met een minderjarige en aanranding. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank Haarlem. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Commandant op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) bevoegd is toestemming in te trekken indien feiten of omstandigheden aan het licht komen die betrouwbaarheid en geschiktheid in twijfel trekken. De ernstige verdenking tegen appellant vormde een voldoende grondslag voor de intrekking. De Raad stelde vast dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden, omdat appellant tijdens de bezwaarprocedure gelegenheid had zijn zienswijze te geven.
De Raad bevestigde dat de Commandant bij de beoordeling van betrouwbaarheid en geschiktheid hogere eisen mag stellen aan beveiligingsmedewerkers dan in andere sectoren, en dat het belang van de integriteit van de beveiligingsbranche zwaarder weegt dan het belang van appellant bij behoud van toestemming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens een serieuze verdenking van ernstige strafbare feiten.