Uitspraak
200702778/1) kunnen uitsluitend de middelen van bestaan van degene bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven een rol spelen bij de vaststelling of aan het middelenvereiste wordt voldaan. Nu niet in geschil is dat de echtgenote van [appellant] niet duurzaam en zelfstandig beschikte over voldoende inkomsten, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning met een niet-tijdelijk karakter indien hij hierom zou vragen en dat derhalve bedenkingen bestaan tegen zijn verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN.