Uitspraak
200706623/1) staat vast dat de nieuw te bouwen opslaghal niet binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning is opgericht, zodat de vergunning voor zover het die opslaghal betreft is vervallen. In deze uitspraak is verder overwogen dat de opslaghal naar aard en omvang niet een zodanig essentieel onderdeel van de inrichting vormt dat moet worden geoordeeld dat zonder het oprichten van deze opslaghal de inrichting niet is voltooid en in werking gebracht en dat er daarom, anders dan [appellanten] aanvoeren, geen grond bestaat voor het oordeel dat de bij besluit van 11 december 2001 verleende vergunning geheel is komen te vervallen. Gezien het vorenstaande faalt het beroep in zoverre.
200608655/1heeft overwogen dat de bij besluit van 28 september 2005 verleende veranderingsvergunning niet in werking is getreden, omdat voor de bij dat besluit vergunde nissenloods geen bouwvergunning is verleend. [appellanten] betogen dat het deels intrekken van de vergunning voor de nissenloods of het niet binnen drie jaar in gebruik nemen van de nissenloods nog niet maakt dat de werking van artikel 20.8 van de Wet milieubeheer komt te vervallen.