Uitspraak
200502440/1), dient in beginsel te worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen door de griffier is vastgelegd in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting. Alleen indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat het proces-verbaal geen juiste weergave is van het verhandelde ter zitting, kan van dit beginsel worden afgeweken. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het proces-verbaal voldoet voor het overige aan de eisen van artikel 8:61 van Pro de Awb. Derhalve dient te worden uitgegaan van de juistheid van het proces-verbaal. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank de Oorsprong in de gelegenheid heeft gesteld om schriftelijk op het proces-verbaal te reageren en de Oorsprong bij brief van 1 december 2008 van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt. Voorts bestond de gelegenheid te reageren op het proces-verbaal tijdens de mondelinge behandeling van het beroep bij de rechtbank op 18 december 2008. De rechtbank heeft hierin echter geen aanleiding gezien het proces-verbaal aan te passen. Ook de omstandigheid dat het proces-verbaal eerst een maand na de zitting aan partijen is verzonden maakt niet dat niet van de juistheid van het aanwezige proces-verbaal kan worden uitgegaan.
200706015/1, heeft de Afdeling overwogen dat de uitoefening van de bevoegdheid tot het stilleggen van de bouwwerkzaamheden als bedoeld in artikel 100, derde lid, van de Woningwet, zoals deze gold tot 1 april 2007, bij uitstek is gericht op onmiddellijke stillegging van de met die wet strijdige bouwwerkzaamheden, waarbij gelet op de aard en het beoogde doel van die bevoegdheid niet na behoeft te worden gegaan of de bouw gelegaliseerd kan worden. Het doel en karakter van de bouwstop als ordemaatregel en de vervolgens opgelegde last onder dwangsom sluiten echter niet uit dat onder bijzondere omstandigheden van het opleggen van een dergelijke maatregel moet worden afgezien. Artikel 100d van de Woningwet biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat deze jurisprudentie, voor zover dat ziet op het staken van het bouwen, als bedoeld in dat artikel, zoals dat gold ten tijde van het besluit op bezwaar, niet kan worden voortgezet.