ECLI:NL:RVS:2009:BK4382
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. Sorgdrager
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom voor overtreding Wet milieubeheer en Wet bodembescherming afgewezen
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel legde op 18 maart 2008 aan [appellante] en andere lasten onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Het geschil betrof de kwalificatie van slib/fijn zand als grond of gevaarlijke afvalstof en de lozing van bedrijfsafvalwater op het perceel van Rijkswaterstaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het slib/fijn zand voldoet aan de definitie van grond in het Besluit bodemkwaliteit, maar tevens als gevaarlijke afvalstof moet worden aangemerkt vanwege de samenstelling en verontreinigingen. De lozing van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting van [appellante] op het perceel van Rijkswaterstaat is voldoende aannemelijk gemaakt en kwalificeert als overtreding van de Wet bodembescherming.
Verder werd geoordeeld dat de hoogte van de last onder dwangsom in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Ook konden de lasten onder dwangsom terecht aan meerdere bestuurlijk verweven partijen worden opgelegd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet milieubeheer en Wet bodembescherming wordt ongegrond verklaard.