Bij besluit van 9 juli 2009 stelde de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan Seinpostduin 2009 vast. Verzoekers, wonend in het plangebied, stelden beroep in tegen het plan en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij maakten bezwaar tegen het toestaan van dakopbouwen aan woningen aan de Zeeweg, Schuitenweg en Wassenaarsestraat, omdat zij vrezen dat hierdoor de bezonning van hun woningen onaanvaardbaar zal afnemen.
De voorzitter behandelde het verzoek op 16 november 2009 en constateerde dat verzoekers wel degelijk een zienswijze hadden ingediend. De raad stelde dat het plan gebaseerd is op een bezonningsnorm van twee uur per dag tussen 19 februari en 21 oktober, zoals neergelegd in de niet-bestuurlijk vastgestelde Kadernota Dakopbouwen 2006. Volgens verzoekers houdt het plan echter geen rekening met de afname van bezonning na realisering van een dakopbouw, wat onevenredig kan uitwerken.
De voorzitter overwoog dat het plan uitsluitend toetst aan de bezonningsnorm van twee uur en dat de mate van bezonningsafname niet is meegewogen. Gezien de specifieke kenmerken van het plangebied, zoals woningoriëntatie en hoogteverschillen, is niet uitgesloten dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat rekening had moeten worden gehouden met bezonningsafname. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen door het besluit voor zover het de planregels voor dakopbouwen aan genoemde straten betreft te schorsen.
Daarnaast werd de raad gelast het betaalde griffierecht van verzoekers te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 november 2009.