ECLI:NL:RVS:2009:BK5803
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing schorsing monumentenvergunning verbouwing pand
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende op 23 juni 2008 een vergunning voor het verbouwen van een pand tot horecagelegenheid met bovenwoning. Een belanghebbende stelde beroep in tegen deze vergunning, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond op 2 september 2009. Hiertegen stelde de belanghebbende hoger beroep in bij de Raad van State.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om de schorsing van de vergunning, die door het hoger beroep was ontstaan, op te heffen zodat met de verbouwing kon worden gestart. De voorzitter behandelde dit verzoek op 26 november 2009.
De voorzitter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang bij het opheffen van de schorsing, mede omdat een potentiële huurder van het horecagedeelte interesse had om het pand te huren. De bezwaren van de belanghebbende, waaronder vermeende belangenverstrengeling en onjuiste tekeningen, waren onvoldoende om aan te nemen dat de vergunning onrechtmatig was en dat de uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zou blijven.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de schorsing van de vergunning opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het college hoefde het griffierecht niet te vergoeden.
Uitkomst: De schorsing van de monumentenvergunning voor verbouwing van het pand is opgeheven.