Art. 28 Wet op de Ruimtelijke OrdeningArt. 10:27 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen goedkeuring bestemmingsplan Buitengebied 1998 afgewezen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 25 november 2008 opnieuw besloten over de goedkeuring van het bestemmingsplan "Buitengebied 1998" van de gemeente Valkenswaard. Tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld bij de Raad van State, waarbij bezwaar werd gemaakt tegen de onthouding van goedkeuring aan een deel van het agrarische bouwblok op zijn perceel.
Appellant stelde dat het college onterecht was afgeweken van het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) en onvoldoende had gemotiveerd waarom het bouwblok groot genoeg zou zijn voor de gewenste uitbreidingen. Het college voerde aan dat de noodzakelijke uitbreidingsmogelijkheden waren erkend en dat het bouwblok conform het AAB-advies was aangepast, met een iets ruimere zuidoostelijke grens.
De Raad van State stelde vast dat het goedgekeurde bouwblok overeenkomt met het AAB-advies en dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het bouwblok voldoende ruimte biedt voor de uitbreidingswensen van appellant. Er was geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of het recht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 9 december 2009 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.
Uitspraak
200900742/1/R2.
Datum uitspraak: 9 december 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 november 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Valkenswaard (hierna: de raad) bij besluit van 23 juni 1999 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied 1998" (hierna: het plan).
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 januari 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 26 februari 2009.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2009, waar [appellant], bijgestaan door mr. S. Lemhour, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, en het college vertegenwoordigd door mr. A.J.J.M. Danen, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door mr. M.C.L. Walta, ambtenaar in dienst van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.
2.2. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 19 april 2006, inzake no. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?zoeken_veld=200504868/1&verdict_id=13518&utm_id=1&utm_source=Zoeken_in_uitspraken&utm_campaign=uitspraken&utm_medium=internet&utm_content=200504868/1&utm_term=200504868/1">200504868/1</a>, waarbij het goedkeuringsbesluit van 15 maart 2005 ten aanzien van een aantal plandelen is vernietigd, is door het college op 25 november 2008 opnieuw besloten over de goedkeuring van het plan. Het beroep richt zich tegen de onthouding van goedkeuring aan een deel van het agrarische bouwblok op het perceel van [appellant] aan de [locatie].
2.3. [appellant] stelt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan een deel van het agrarische bouwblok nu van het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (hierna: AAB) is afgeweken. Bovendien is volgens [appellant] onvoldoende gemotiveerd waarom het bestaande bouwblok groot genoeg is voor de gewenste uitbreidingen.
2.4. Het college stelt zich op het standpunt dat de noodzaak voor uitbreiding van het agrarische bedrijf is onderkend en dat het bouwblok overeenkomstig het advies van de AAB is aangepast. De vergroting aan de noordzijde waaraan op 23 juni 1999 goedkeuring was onthouden is enigszins verkleind maar geeft nog steeds ruimere bouwmogelijkheden, aldus het college.
2.5. Op 8 juli 2008 is door de AAB een advies uitgebracht met betrekking tot de noodzakelijke omvang van het bouwblok in verband met de gewenste uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf. In het advies wordt voorgesteld om de bouwblokgrens aan de noordzijde te leggen op circa 30 meter uit de gevel van de jongeveestal en om aan de oostzijde de bouwblokgrens te leggen op circa 30 meter vanaf de huidige sleufsilo's. Het voorgestelde bouwblok is op een situatietekening bij het advies gevoegd.
Op de plankaart is het deel van het bouwblok waaraan het college goedkeuring heeft onthouden met blauw omlijnd. De Afdeling stelt aan de hand van het voorhanden kaartmateriaal vast dat het resterende bouwblok als aangegeven op de plankaart overeenkomt met de omvang van het bouwblok als voorgesteld in het AAB-advies, zij het dat het bouwblok als goedgekeurd door het college aan de zuidoostzijde van het perceel nog iets ruimer is genomen dan in het advies van de AAB. Het beroep van [appellant] ontbeert op dit punt feitelijke grondslag. Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen dat bij het bestreden besluit voor de beslissing omtrent de vaststelling van de omvang van het bouwblok is afgegaan op de door [appellant] aangegeven uitbreidingswensen zoals neergelegd in het advies van de AAB heeft het college zich voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de omvang van het bouwvlak voldoende tegemoet komt aan de uitbreidingswensen van [appellant].
2.6. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarin wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.
Het beroep is ongegrond.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.