ECLI:NL:RVS:2009:BK5842
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving perceelafscheiding te Horst aan de Maas
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas weigerde handhavend op te treden tegen een perceelafscheiding die hoger is dan de bouwvergunning toestaat. Appellanten stelden dat het college had moeten handhaven, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De perceelafscheiding overschrijdt deels de toegestane hoogte van 2 meter en is daarmee niet bouwvergunningsvrij. Volgens de Woningwet is bouwen zonder vergunning verboden, en handhaving is in beginsel verplicht. Echter kan van handhaving worden afgezien als deze onevenredig is of zicht op legalisatie bestaat.
De Raad oordeelt dat de overschrijding gering is en dat handhaving slechts zou leiden tot verlaging tot 2 meter, waardoor het bouwwerk bouwvergunningvrij wordt. Het belang van appellanten richt zich vooral op de situering van de poort, maar handhaving zou dit niet veranderen. Daarom is het niet onredelijk dat het college afziet van handhaving.
Het hoger beroep is voor zover ontvankelijk ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het hoger beroep van twee appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt bevestigd.