ECLI:NL:RVS:2009:BK6732
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J.M. Schuyt
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bouwvergunningen recreatieverblijven in Rucphen
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen verleende in januari en februari 2008 bouwvergunningen voor recreatieverblijven op een perceel te Rucphen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunningen, waarop het college deels beslissingen nam die zij niet ontvankelijk verklaarden en vergunningen herroepen en opnieuw verleenden. De rechtbank Breda vernietigde de besluiten van het college en gaf opdracht nieuwe besluiten te nemen.
Appellanten stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek uit controles dat de recreatieverblijven waarvoor vergunningen waren verleend inmiddels waren verwijderd. Appellanten konden niet aantonen dat zij schade hadden geleden door de verleende vergunningen, waardoor zij geen belang hadden bij het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep en het beroep tegen de besluiten van juli 2009 niet-ontvankelijk waren wegens het ontbreken van belang. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak in naam der Koningin op 16 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen de besluiten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.