Uitspraak
200708282/1en van 10 september 2008 in zaak nr.
200801529/1, heeft de rechtbank volgens [appellante] miskend dat in die zaken door de opdrachtgever tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aanwijzingen werden gegeven, hetgeen in dit geval niet aan de orde was.
200607474/1), is een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten aan te merken als werkgever in de zin van de Wav. Ook indien [appellante], zoals zij stelt, de opdracht tot het verrichten van werkzaamheden niet aan [vreemdeling 1], maar aan [vreemdeling 2] zou hebben gegeven, wat hier verder ook van zij, leidt dit, zoals blijkt uit voormelde uitspraak, niet tot een ander oordeel dan vervat in de aangevallen uitspraak. Zoals de Afdeling bij uitspraak van 11 juli 2007 in zaak nr.
200700303/1heeft overwogen is instemming met, respectievelijk wetenschap van de arbeid voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet vereist; het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan, wordt ook opgevat als het laten verrichten van arbeid. Dat [appellante] [vreemdeling 1] niet heeft betaald, doet aan de aangevallen uitspraak niet af, nu dit voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet is vereist.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was om de overtreding te voorkomen heeft gedaan. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.