ECLI:NL:RVS:2009:BK6768
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijstelling bouwplan en onevenredige aantasting woongenot
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 27 november 2007 vrijstelling en bouwvergunning voor een aanbouw aan een woning. Appellanten, buren van de vergunninghouder, maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden dat de aanbouw een onevenredige aantasting van hun woongenot zou veroorzaken.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellanten gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het college en appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld, waarbij zij onder meer het bestemmingsplan en de planvoorschriften analyseerde.
De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de onevenredige aantasting zoals voorgeschreven, maar dat dit geen gevolgen heeft omdat de belangenafweging reeds bij de vrijstelling is gemaakt. De Raad concludeerde dat de beperking van uitzicht, lichttoetreding en bezonning niet onevenredig is, mede gelet op de ligging van de aanbouw en de geringe schaduwwerking.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.