ECLI:NL:RVS:2009:BK6780
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de wederpartij een boete van €4.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Amsterdam matigde de boete tot €1.800 wegens een verminderde mate van verwijtbaarheid en overschrijding van de redelijke termijn. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de wederpartij als werkgever verantwoordelijk is voor de naleving van de Wav, ook tijdens zijn afwezigheid, en dat het ontbreken van instructies aan de bedrijfsleidster niet tot matiging van de boete kan leiden. Ook oordeelt de Afdeling dat de rechtbank buiten het geschil is getreden door ambtshalve de redelijke termijn te beoordelen.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het boetebesluit alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.