ECLI:NL:RVS:2009:BK7426
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering inzet bio-olie in elektriciteitscentrale wegens onvoldoende onderzoek emissie-eisen
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wijzigde de revisievergunning voor de Clauscentrale door de inzet van bio-olie in Eenheid A te weigeren. Essent, exploitant van de centrale, stelde beroep in tegen deze weigering. Tijdens de zitting trok Essent een deel van haar beroep in, waardoor het geschil zich beperkte tot de inzet van bio-olie.
De Wet milieubeheer vereist dat vergunningen alleen worden geweigerd als dit noodzakelijk is ter bescherming van het milieu en als de beste beschikbare technieken niet worden toegepast. Het college stelde dat om aan de emissie-eisen uit het BREF-document te voldoen bij bio-olie, ingrijpende maatregelen nodig zouden zijn die de aanvraaggrondslag zouden verlaten.
Essent stelde dat met aanvullende voorschriften zoals acceptatiecriteria voor bio-olie, beperking van inzetduur en vermogensregeling aan de emissie-eisen kon worden voldaan. Een deskundigenbericht bevestigde deze mogelijkheid onder voorwaarden. De Raad oordeelde dat het college dit niet voldoende had onderzocht, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de weigering van bio-olie betrof, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Essent.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg wordt vernietigd voor zover het de weigering van de inzet van bio-olie in Eenheid A betreft.