ECLI:NL:RVS:2009:BK7461

Raad van State

Datum uitspraak
16 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200909757/2/H2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • R.F.J. Bindels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouw- en kapvergunningen gemeente 's-Hertogenbosch

In deze zaak hebben verzoekers, waaronder een vereniging van eigenaren, een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen bouw- en kapvergunningen verleend door het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. Dit verzoek werd gedaan in het kader van een hoger beroep tegen eerdere uitspraken van de rechtbank 's-Hertogenbosch.

De voorzitter van de Raad van State overwoog dat er geen veranderde omstandigheden waren ten opzichte van een eerdere uitspraak op een vergelijkbaar verzoek. Het enkele feit dat een verzoek bij de rechtbank was ingediend om de bouwvergunning schorsing te laten ondergaan, vormde geen voldoende grond. De rechtbank had in dezelfde samenstelling reeds geen aanleiding gezien om het besluit op bezwaar tegen de bouwvergunning te vernietigen of te schorsen.

Verder was er geen verzoek tot schorsing van de bouwvergunning gedaan bij het beroep tegen het besluit op bezwaar, en de rechtbank had ook geen aanleiding gezien om ambtshalve te schorsen. De aangevoerde argumenten van de verzoekers boden geen grond om aan te nemen dat het aan de bouwvergunning klevende gebrek niet herstelbaar was.

Gezien deze omstandigheden achtte de voorzitter de kans op toewijzing van het verzoek om schorsing van de bouwvergunning niet groot genoeg om de kapvergunningen wel te schorsen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de zitting gesloten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouw- en kapvergunningen wordt afgewezen.

Uitspraak

200909757/2/H2
Datum uitspraak: 16 december 2009
Procesverloop
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in zaak nr. 200909757/2/H2, hangende het hoger beroep van [verzoeker 1], [verzoeker 2], beiden wonend te [woonplaats] en de Vereniging van Eigenaren Mortelkazerne, gevestigd in die gemeente (verzoekers), tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) van 17 november 2009 in de zaken nrs. 09/1641, 09/1683, 09/1685 en 09/1688 in het geding tussen [verzoeker 1] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, op 16 december 2009 om 14.00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. R.W.L. Loeb voorzitter (vz.)
Ambtenaar: mr. J. Wieland
Verschenen:
[verzoeker 1], bijgestaan door mr. J. Schoneveld, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.;
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch, vertegenwoordigd door mr. J.J.H. van Goch, ambtenaar in dienst van de gemeente;
De provincie Noord-Brabant, vertegenwoordigd door mr. dr. O.J.D.M.L. Jansen, advocaat te 's-Hertogenbosch.
De voorzitter wijst het verzoek af.
Daartoe wordt overwogen dat er geen veranderde omstandigheden zijn ten opzichte van de uitspraak van 2 december 2009 op een vergelijkbaar verzoek in het hoger beroep van een andere partij. Dat nu, als gesteld, een verzoek bij de rechtbank is ingediend om de bouwvergunning bij wijze van voorlopige voorziening hangende bezwaar te schorsen is geen zodanige omstandigheid. De rechtbank heeft voorts, in dezelfde samenstelling als die waarin zij op het beroep tegen de in bezwaar gehandhaafde bouwvergunning heeft beslist, geen aanleiding gezien het besluit op het tegen de verlening van kapvergunningen gemaakte bezwaar te vernietigen. Verder is bij het beroep tegen het besluit op bezwaar, waarbij de bouwvergunning is gehandhaafd, niet verzocht om schorsing van de bouwvergunning en heeft de rechtbank ook geen aanleiding gezien de bouwvergunning ambtshalve te schorsen. Hetgeen [verzoeker 1] en anderen hebben aangevoerd biedt dan ook geen grond om aan te nemen dat de rechtbank het aan de bouwvergunning klevende gebrek niet herstelbaar heeft geacht. Onder die omstandigheden is de kans dat het verzoek om schorsing van de verleende bouwvergunning zal worden toegewezen niet zo groot, dat thans aanleiding bestaat de kapvergunningen wel te schorsen.
De voorzitter sluit de zitting.
w.g. Loeb w.g. Bindels
voorzitter ambtenaar van Staat
mr. R.W.L. Loeb mr. R.F.J. Bindels
502.