ECLI:NL:RVS:2009:BK7467
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling bouwrijp maken woningbouwlocatie BRIM IV fase 2 door college Someren
Het college van burgemeester en wethouders van Someren verleende op 25 maart 2008 vrijstelling voor het bouwrijp maken van de woningbouwlocatie BRIM IV fase 2. Appellant maakte bezwaar tegen deze vrijstelling omdat hij meende dat de geurbelasting van zijn veehouderij onjuist was ingeschat en dat de gemeenteraad de verordening Geurhinder en Veehouderij onrechtmatig had vastgesteld.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de geurbelastingnorm van 6 odour units per kubieke meter lucht, zoals vastgesteld in de verordening, niet willekeurig was vastgesteld en dat de lagere norm van 1 odour unit niet op de locatie van toepassing is.
Verder oordeelde de Raad dat het bouwrijp maken geen zelfstandige betekenis heeft voor de bedrijfsvoering van appellant en dat bezwaren tegen de woningbouw zelf aan de orde kunnen komen bij de bouwvergunningen. De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid tot vrijstelling heeft kunnen besluiten en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vrijstelling voor het bouwrijp maken van de woningbouwlocatie en verklaart het hoger beroep ongegrond.