Uitspraak
200704749/1en uitspraak van 20 mei 2009 in zaak nr.
200708171/1), zijn in het kader van een geluidzonering krachtens de Wet geluidhinder uitsluitend de gronden relevant waarop op basis van het bestemmingsplan inrichtingen kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder. Slechts de cumulatieve geluidbelasting vanwege de bedrijven op die gronden mag op de zonegrens niet boven de 50 dB(A) komen. Voor de aanwezige en eventuele nieuwe bedrijven op de overige gronden heeft de ligging ervan binnen een zone als bedoeld in de Wet geluidhinder derhalve geen betekenis. In het bestemmingsplan van 1999 zijn de gronden waarop vestiging van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, beperkt tot de percelen van twee bestaande bedrijven. Daartoe behoort het perceel van Van Gansewinkel niet. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college in strijd met artikel 8.8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer de zonegrenswaarde niet in acht heeft genomen.
200706715/1.