Uitspraak
200807410) kan aan de enkele omstandigheid, dat in het aanvraagformulier huurtoeslag niet is gevraagd naar de aanwezigheid en verblijfstitel van medebewoners, niet het gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat in weerwil van artikel 9, derde lid, van de Awir aanspraak op huurtoeslag bestaat. Voor zover [appellante] betoogt dat de Belastingdienst de verlening van de voorschotten onzorgvuldig heeft voorbereid, wordt overwogen dat reeds uit het bepaalde in artikel 16, eerste lid, in samenhang gelezen met het vierde en vijfde lid, van de Awir, voortvloeit dat aan de verlening van een voorschot niet het gerechtvaardigde vertrouwen kan worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak op toeslag bestaat. Het voorschot wordt immers slechts verleend tot het vermoedelijke bedrag van de tegemoetkoming en die verlening kan worden herzien hetgeen kan leiden tot terugvordering. [appellante] kon en mocht er dus niet op vertrouwen dat de Belastingdienst de voorschotten niet zou terugvorderen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht overwogen dat geen sprake is van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
200704671/1) berust het gemaakte onderscheid tussen huurders met een Nederlandse of rechtmatig in Nederland verblijvende medebewoner en huurders met een medebewoner zonder geldige verblijfsstatus, op redelijke en objectieve gronden en levert dit geen discriminatie op als bedoeld in artikel 26 van Pro het IVBPR. Dit geldt evenzeer voor het bepaalde in artikel 24 van Pro het IVBPR. Het beroep op artikel 8 van Pro het EVRM slaagt evenmin. De Afdeling volgt daarvoor de uitspraak van 9 april 2008 in zaak nr.
200703321/1, waarin de terugvordering van ten onrechte ontvangen huursubsidie niet in strijd met deze bepaling is geacht. Het terugvorderen van ten onrechte ontvangen huurtoeslag, omdat de kleindochter niet rechtmatig in Nederland verblijft, leidt derhalve niet tot een inbreuk op het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven van [appellante]. Dat het met voogdij belaste Buro Jeugdzorg de dagelijkse zorg over de kleindochter aan [appellante] overliet, doet daar niet aan af.