ECLI:NL:RVS:2009:BK8648
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Toegang geweigerd op grond van Schengengrenscode ondanks laissez passer als reisdocument
De vreemdeling kreeg op 10 oktober 2008 de toegang tot het Schengengebied geweigerd door de Nederlandse autoriteiten. De Zwitserse autoriteiten hadden hem een laissez passer verstrekt, erkend als een paspoortvervangend reisdocument volgens de Overeenkomst Benelux-Zwitserland. De rechtbank had echter geoordeeld dat de vreemdeling niet over een geldig reisdocument beschikte, wat de Raad van State vernietigt.
De Raad stelt vast dat de Schengengrenscode geen definitie of opsomming van reisdocumenten bevat en dat het laissez passer als bedoeld in de Overeenkomst Benelux-Zwitserland wel degelijk als reisdocument moet worden aangemerkt. Desondanks oordeelt de Raad dat de vreemdeling niet voldeed aan de overige toegangsvoorwaarden, zoals het kunnen staven van het doel van verblijf en beschikken over voldoende middelen, en dat de garantstelling van zijn moeder pas in administratief beroep is ingebracht en daarom niet meegewogen kan worden.
De Raad benadrukt dat de bepalingen van de Overeenkomst Benelux-Zwitserland en de Schengengrenscode naast elkaar bestaan en dat de Schengengrenscode voorrang heeft indien er tegenstrijdigheden zijn. De toegang werd daarom terecht geweigerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Schengengrenscode. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het administratief beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De toegang tot het Schengengebied is terecht geweigerd ondanks het bezit van een laissez passer als reisdocument.