ECLI:NL:RVS:2009:BK8657
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over rechten gezinsleden Turkse werknemer na verkrijging Nederlandse nationaliteit
De zaak betreft de uitleg van artikel 7 van Pro besluit nr. 1/80 van de Associatieraad, dat rechten toekent aan gezinsleden van Turkse werknemers die tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat behoren. De centrale vraag is of deze gezinsleden nog rechten kunnen ontlenen aan dit besluit nadat de Turkse werknemer, onder behoud van de Turkse nationaliteit, de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.
De vreemdeling was ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie vanwege een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. De vreemdeling voerde aan dat hij rechten kon ontlenen aan artikel 7 van Pro besluit nr. 1/80 omdat zijn vader als Turkse werknemer tot de legale arbeidsmarkt behoorde, ook al had diens vader inmiddels de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank oordeelde dat de vader zijn hoedanigheid als Turkse werknemer niet had verloren door naturalisatie, maar de staatssecretaris betwistte dit.
De Raad van State concludeert dat er twijfel bestaat over de uitleg van artikel 7 in Pro deze situatie en legt daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Tevens is de behandeling van het hoger beroep van de staatssecretaris geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Raad van State stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 7 van besluit nr. 1/80 en schorst de behandeling van het hoger beroep van de staatssecretaris.