ECLI:NL:RVS:2009:BK8673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang tot Schengengebied bij administratief beroep
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de weigering van toegang tot het Schengengebied door een grensbewakingsambtenaar en de minister van Justitie. De vreemdeling stelde dat ook humanitaire omstandigheden die na aankomst ontstaan, toegang kunnen rechtvaardigen en dat het administratief beroep niet effectief is omdat het niet door een onafhankelijke rechter wordt behandeld.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat de Schengengrenscode vereist dat een vreemdeling bij aankomst aan de grens moet aantonen dat hij aan de toegangsvoorwaarden voldoet. Humanitaire omstandigheden die pas later ontstaan, kunnen niet in het administratief beroep worden meegenomen, maar de vreemdeling kan zich opnieuw melden bij de grens.
Verder stelde de Raad vast dat er geen sprake was van vrijheidsontneming in de zin van artikel 5, vierde lid, EVRM, zodat het administratief beroep niet strijdig is met dit artikel. Ook artikel 13, derde lid, Schengengrenscode vereist geen direct beroep bij een onafhankelijke rechter. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toegang tot het Schengengebied en verklaart het hoger beroep ongegrond.