Uitspraak
200304721/1), gelet op het systeem van de Wet GBA onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde het verzoek van appellante om het huwelijk, voltrokken in Turkije in 2005, uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) te verwijderen. Appellante stelde dat het huwelijk zonder haar toestemming was voltrokken en niet rechtsgeldig was.
Zij voerde aan dat het trouwboekje niet als bewijs kon dienen en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het huwelijk vaststond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en deze uitspraak werd door appellante aangevochten bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de gegevens in de GBA betrouwbaar moeten zijn en dat het bewijs dat gegevens feitelijk onjuist zijn, onomstotelijk moet zijn. Het trouwboekje, ondertekend door een Turkse ambtenaar, en het uittreksel uit het Turkse burgerlijk register vormden voldoende bewijs van het huwelijk. De door appellante overgelegde documenten konden niet aantonen dat het huwelijk niet had plaatsgevonden. Ook was de toestemming voor inschrijving in de GBA door de korpschef van de Vreemdelingendienst rechtsgeldig verleend.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot verwijdering van het huwelijk uit de GBA wordt bevestigd.