Uitspraak
200700303/1), is instemming met, onderscheidenlijk wetenschap van de arbeid voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet vereist en bestaat geen grond voor het oordeel dat het begrip 'arbeid te laten verrichten' een actieve rol impliceert. Het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan, wordt ook opgevat als het laten verrichten van arbeid. Dat, naar [appellante] stelt, de vreemdeling de werkzaamheden zonder medeweten van haar vennoten heeft verricht, leidt dan ook niet tot een ander oordeel. Het had op de weg van [appellante] gelegen haar bedrijfsvoering op een zodanige wijze in te richten dat de situatie als aangetroffen door de inspecteurs zich niet kon voordoen.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet worden nageleefd. [vennoot 2] heeft tegenover de inspecteurs van de Arbeidsinspectie verklaard dat hij wist dat de vreemdeling ten tijde van de vorige controle illegaal in Nederland was, dat hij de vreemdeling nu niet naar zijn status heeft gevraagd en dat het erg druk was, zodat hij hem niet goed in de gaten kon houden. [appellante] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat zij het personeel heeft geïnstrueerd dat het de vreemdeling geen arbeid mocht laten verrichten. De enkele eerst ter zitting van de Afdeling ingenomen en niet gestaafde stelling dat het personeel van [appellante] op de hoogte is van de zogenoemde bedrijfsrichtlijn dat er geen vreemdelingen illegaal worden tewerkgesteld, is daartoe onvoldoende. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat [appellante] al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav te voorkomen. Dat [appellante], naar gesteld, de vreemdeling heeft gezegd dat hij niet welkom was in het restaurant, biedt, wat daar ook van zij, op zichzelf en in de omstandigheden van dit geval onvoldoende grond om te komen tot het oordeel dat sprake is van een verminderde mate van verwijtbaarheid.
200705985/1) had het bevoegde orgaan, de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: de CWI), in het kader van deze aanvraag kunnen beoordelen of voor de tewerkstelling van de vreemdeling prioriteitgenietend arbeidsaanbod aanwezig was en of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden zich tegen de beoogde tewerkstelling verzetten. Nu deze beoordeling door de CWI niet heeft plaatsgevonden, is niet vastgesteld dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. Dat de vreemdeling inmiddels een verblijfsvergunning onder de beperking 'afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet' is verleend en hij derhalve thans zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland arbeid mag verrichten, maakt het vorenstaande niet anders, aangezien de vreemdeling ten tijde van de controle hiertoe niet gerechtigd was.