ECLI:NL:RVS:2010:BL0264
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onzorgvuldigheid in asielprocedure beschermde opvang minderjarige vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een asielaanvraag van een minderjarige vreemdeling vernietigde. De vreemdeling was geplaatst in beschermde opvang vanwege het risico op mensenhandel en mensensmokkel. De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat het nader gehoor plaatsvond voordat de in de beschermde opvang beoogde 'deprogrammeringsperiode' van drie maanden was verstreken.
De staatssecretaris stelde dat er geen wettelijke verplichting bestaat om het nader gehoor uit te stellen en dat de beschermde opvang niet gericht is op de beoordeling van de asielaanvraag, maar op het voorkomen van verdwijning en misbruik. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat zonder nadere motivering niet kon worden verwacht dat de vreemdeling tijdens het nader gehoor al een betrouwbaar relaas over mensenhandel kon geven.
De Raad benadrukte dat de beschermde opvang wel degelijk een rol speelt bij de beoordeling van verblijfsaanspraken en dat de staatssecretaris rekening moet houden met de bijzondere positie van minderjarige vreemdelingen die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.