Uitspraak
200804691/1en
200804696/1, mag het recht op toegang tot de rechter worden beperkt en is dat niet in strijd met artikel 6 van Pro het EVRM mits de beperkingen niet in essentie het recht op toegang tot de rechter schaden, een gerechtvaardigd doel dienen en proportioneel zijn. In dit geval is aan deze vereisten voldaan. Het toegepaste beleid beperkt op zichzelf niet de toegang tot de rechter maar leidt alleen tot een beperking van de subsidiëring van rechtsbijstand in het geval waarin een voor hetzelfde rechtsbelang eerder verleende toevoeging tussentijds is beëindigd wegens het niet-betalen van de eigen bijdrage. Voorts is niet gebleken dat de gevolgen van de afwijzing voor Verhoeven onevenredig zijn in verhouding tot het daarmee te dienen doel. Aan de tussentijdse beëindiging van de toevoeging ligt ten grondslag dat de aanvrager die zijn verplichtingen jegens de hem toegevoegde advocaat niet nakomt, daarmee zijn aanspraak op rechtsbijstand verspeelt. Dat dit volgens het beleid van de raad in beginsel ook geldt voor een nieuwe aanvraag om een toevoeging voor hetzelfde rechtsbelang, is daarmee in overeenstemming. Niet kan worden ingezien dat de op dit beleid gebaseerde afwijzing in dit geval onevenredig is. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat de afwijzing en het hieraan ten grondslag liggende beleid van de raad in strijd is met artikel 6 van Pro het EVRM.