ECLI:NL:RVS:2010:BL0717
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering huursubsidie wegens niet-melding medebewoner
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft bij besluiten uit 2006 de aan appellante toegekende huursubsidie over de periode van 1 juli 2001 tot 1 januari 2006 herzien en op nihil gesteld, met terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. Appellante had nagelaten te melden dat een medebewoner vanaf 1 juli 1999 op het adres verbleef, wat volgens de Huursubsidiewet tot terugvordering leidt.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante stelde dat de medebewoner ook elders verbleef en dat de minister het standpunt van het college van burgemeester en wethouders over het hoofd zag, maar deze stellingen werden niet met objectieve gegevens onderbouwd. De minister was niet gebonden aan het bijstandsrechtelijke oordeel van het college.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De oude bepalingen van de Huursubsidiewet zijn van toepassing omdat de subsidietijdvakken vóór 1 januari 2006 zijn aangevangen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van huursubsidie bevestigd.