ECLI:NL:RVS:2010:BL1460
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging toegangsweigering vreemdeling wegens onvoldoende uitzonderlijke humanitaire omstandigheden
De vreemdeling werd bij besluit van 4 mei 2007 de toegang tot het Schengengebied geweigerd wegens een niet geldig visum voor de gehele verblijfsduur en onvoldoende middelen van bestaan. De minister verklaarde het administratief beroep van de vreemdeling op 12 mei 2008 ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep gegrond, oordelend dat de minister zijn bevoegdheid tot afwijking op grond van humanitaire overwegingen had moeten toepassen.
De Raad van State overweegt dat de Schengengrenscode als hoofdregel stelt dat toegang wordt geweigerd indien een derde-lander niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet, en dat slechts in zeer uitzonderlijke, niet nader gedefinieerde humanitaire omstandigheden van deze regel kan worden afgeweken. Deze bevoegdheid is geclausuleerd en lidstaten zijn niet verplicht hiervan gebruik te maken, waardoor zij beslissingsruimte hebben.
De minister mocht op grond van de geschetste omstandigheden, waaronder het ontbreken van uitzonderlijke humanitaire redenen, het beroep ongegrond verklaren. De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.