Uitspraak
200504922/1), zijn gelet op artikel 56a, derde lid, van de Woningwet, gelezen in verbinding met artikel 44, eerste lid, onderdeel a en b, van die wet, slechts het Bouwbesluit 2003 en de niet-stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening van belang voor het antwoord op de vraag of het college de bouwvergunning tweede fase terecht heeft verleend. De stand van zaken in de procedure over de bouwvergunning eerste fase is niet van belang.
200808245/1), volgt uit het enkele feit dat beweerdelijk niet is voldaan aan de vereisten gesteld bij het Biab, niet dat de bouwvergunningen om die reden niet in stand kunnen blijven. Het is in hoge mate aan het college om te beoordelen of voldoende gegevens en bescheiden zijn ingediend om een besluit over de aanvraag te nemen.