Uitspraak
200604978/1volgt dat de in de Handleiding neergelegde algemene regels voor de minister uitgangspunt zijn ter beantwoording van de vraag of zich ernstige vermoedens voordoen dat een verzoeker gevaar voor de openbare orde oplevert. Dat, naar [appellante] betoogt, een beslissing om een zaak voorwaardelijk te seponeren niet door een rechter kan worden getoetst, wat daarvan ook zij, betekent niet dat de minister ten onrechte voormeld uitgangspunt hanteert. Een voorwaardelijk sepot vormt, zoals in de Handleiding is vermeld, geen belemmering voor verlening van het Nederlanderschap, indien aan de voorwaarden van het sepot is voldaan en de proeftijd is verstreken. Dat deze proeftijd een periode van twee jaar kan bedragen, is niet onredelijk, ook niet in het licht van de stelling van [appellante] dat een openstaande strafzaak over het algemeen binnen één jaar wordt afgedaan. Voorts is niet van belang dat een transactie van € 453,78 of minder van meet af aan niet aan verlening van het Nederlanderschap in de weg staat. Door alleen in zijn algemeenheid naar het beleid van het Openbaar Ministerie te verwijzen, heeft [appellante] haar betoog dat een dergelijke transactie op zichzelf een verdergaande strafrechtelijke afdoening is dan een voorwaardelijk sepot, onvoldoende gestaafd.
200200853/1; JV 2003/429), volgens welke het niet aan het bestuursorgaan is om te beoordelen, dan wel aan de bestuursrechter om te toetsen, op welke wijze en onder welke omstandigheden het Openbaar Ministerie tot het voorwaardelijk sepot is gekomen, volgt niet dat aan de brief van 23 september 2008 de betekenis toekomt die [appellante] daaraan gehecht wil zien. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat volgens de Handleiding, bij beantwoording van de vraag of ernstige vermoedens bestaan dat een verzoeker gevaar voor de openbare orde oplevert, de formele strafrechtelijke beslissing bepalend is. De omstandigheid dat het Openbaar Ministerie heeft vermeld dat, indien tot een transactie zou zijn besloten het transactiebedrag op € 200,00 zou zijn vastgesteld, heeft de minister terecht niet als dusdanig bijzonder aangemerkt dat die tot afwijking van de Handleiding zou nopen, nu deze mogelijkheid moet worden geacht bij de vaststelling van het hierin neergelegde beleid te zijn betrokken.