ECLI:NL:RVS:2010:BL1839
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging en verkorting stage advocaat wegens onjuiste beleidsaanpak
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging van haar advocatenstage met 7,2 maanden en het afwijzen van haar verzoek om verkorting van die verlengde stage. De raad van toezicht en de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten handhaafden deze besluiten, waarop appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat de stageverklaring aan appellante niet betekent dat zij geen belang meer heeft bij het hoger beroep, omdat zij schade als gevolg van de besluiten heeft geleden. De Raad oordeelde dat de wettelijke regeling in artikel 9b van de Advocatenwet de stageverlenging bij deeltijdwerk correct voorschrijft en dat de rechtbank terecht geen ruimte liet voor individuele afwijkingen.
Echter, de Raad stelde vast dat het beleid van de algemene raad, dat alleen werkervaring binnen de advocatuur meeweegt bij stageverkorting, onjuist werd toegepast op de verlengde stage. Dit beleid ziet slechts op de reguliere stageperiode. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering voor de afwijzing van het verzoek om verkorting van de verlengde stage. De Raad vernietigde daarom het besluit van 26 maart 2007 en verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond, terwijl de overige besluiten werden bevestigd.
De raad van toezicht werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verkorting van de verlengde stage is gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.