Uitspraak
200504858/1heeft overwogen dat getoetst dient te worden aan de Haarlemse bouwverordening (hierna: HBV).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde op 30 mei 2001 een vrijstelling en bouwvergunning voor de uitbreiding van een woonhuis op een perceel in Haarlem. Het bezwaar van appellante werd op 20 november 2007 ongegrond verklaard en de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep op 14 april 2009 eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het bouwplan ten onrechte was getoetst aan het bestemmingsplan "Garenkokerskwartier", terwijl volgens haar de Haarlemse bouwverordening (HBV) van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit op bezwaar moet worden getoetst aan het recht dat op dat moment geldt, en dat het bestemmingsplan inmiddels van toepassing was.
Het bouwplan was in strijd met de bebouwingsvoorschriften van het bestemmingsplan en het college weigerde vrijstelling vanwege het recente karakter van het bestemmingsplan en een negatief stedenbouwkundig advies, met name over het balkon op de tweede verdieping. Ook was er strijd met de redelijke eisen van welstand.
Appellante voerde aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde omdat in de nabijheid soortgelijke balkons waren toegestaan. De Afdeling oordeelde dat deze gevallen niet vergelijkbaar waren en dat het college in redelijkheid tot zijn besluit kon komen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.