ECLI:NL:RVS:2010:BL1859
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- H.W. Groeneweg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek naturalisatie wegens voorwaardelijk sepot en openbare orde
De minister van Justitie wees het verzoek van appellant om naturalisatie af vanwege ernstige vermoedens dat zij een gevaar vormt voor de openbare orde, gebaseerd op een voorwaardelijk sepot wegens overtreding van artikel 310 Sr Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat volgens artikel 9 RWN Pro en de Handleiding RWN 2003 een verzoek om naturalisatie wordt afgewezen als er serieuze verdenkingen bestaan dat de verzoeker een misdrijf heeft gepleegd waarop nog een sanctie kan volgen, zoals bij een voorwaardelijk sepot met proeftijd. Omdat appellant nog in de proeftijd zat, moest het verzoek worden afgewezen.
Appellant voerde aan dat haar overtreding niet verwijtbaar was vanwege haar paniek en dat in deze procedure pas aan de schuldvraag kan worden toegekomen. De Raad stelde vast dat de psychische gesteldheid reeds in het strafrechtelijk traject was betrokken en dat dit geen reden gaf om van het beleid af te wijken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om naturalisatie bevestigd.