ECLI:NL:RVS:2010:BL3305
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering exploitatievergunning coffeeshop wegens beleidsnota en openbare orde
Appellant sub 1 verzocht om een exploitatievergunning voor een coffeeshop op een nieuwe locatie buiten de afstandscriteria van scholen. De burgemeester van Rotterdam weigerde deze vergunning op basis van het standstill-beleid en het afnemend maximum in de beleidsnota "Het Rotterdamse Coffeeshopbeleid 2007".
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond. Zowel appellant sub 1 als de burgemeester stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het beleid toe te passen, dat mede gebaseerd is op de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening.
De Raad van State verwierp het verweer van appellant sub 1 dat de burgemeester niet af mocht wijken van het landelijke gedoogbeleid en dat de aanvraag volgens het oude beleid beoordeeld had moeten worden. Ook vond de Afdeling dat het beleid van een afnemend maximum en de afstandscriteria gerechtvaardigd zijn ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van de burgemeester gegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de burgemeester geen griffierecht hoeft te betalen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning voor de coffeeshop en verklaart het hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond.