ECLI:NL:RVS:2010:BL3306
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidsregels en vergunningverlening voor coffeeshops in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam verleende vergunningen voor de exploitatie van coffeeshops met een geldigheidsduur tot 1 juni 2009, gekoppeld aan beleidsregels die onder meer afstandscriteria tot scholen bevatten. Exploitanten stelden zich op het standpunt dat deze beleidsregels niet rechtsgeldig waren en dat de burgemeester niet bevoegd was deze toe te passen, en voerden aan dat de afstandscriteria willekeurig en niet wetenschappelijk onderbouwd waren.
De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van de exploitanten ongegrond, waarna zowel de exploitanten als de burgemeester hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beleidsnota mede gebaseerd is op wettelijke bevoegdheden van de burgemeester, waaronder artikel 13b van de Opiumwet en artikelen uit de Gemeentewet en APV. De gedoogrichtlijnen van het Openbaar Ministerie zijn niet van toepassing op het bestuursrechtelijke beleid van de burgemeester.
De Raad van State vond dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat drugsgebruik door jongeren moet worden ontmoedigd via de afstandscriteria en dat de beperkte geldigheidsduur van vergunningen tot 1 juni 2009 gerechtvaardigd was. De exploitanten hadden voldoende tijd gehad om zich aan te passen en de beleidsregels waren niet willekeurig. Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard en dat van de exploitanten ongegrond, waarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard, dat van de exploitanten ongegrond, en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.