Uitspraak
200602308/1, (AB 2007, 95).
Raad van State
Bij besluit van 13 juli 2009 heeft het hoofd van de afdeling Ruimte en Bouwen van de gemeente Reusel-De Mierden, namens het college, aan appellante de vergunning geweigerd voor het oprichten en in werking hebben van een carrosserie- en asbestsaneringsbedrijf. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit.
Het college voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het de bevoegdheid tot het nemen van het besluit betrof, omdat hierover geen zienswijze was ingediend. De Raad van State oordeelde echter dat deze beroepsgrond wel in beroep kan worden aangevoerd.
De kern van het geschil betrof de vraag of het afdelingshoofd Ruimte en Bouwen bevoegd was het negatieve besluit namens het college te nemen. De mandaatregeling van de gemeente bepaalde dat negatieve besluiten niet door de gemandateerde mochten worden genomen, tenzij het routinebesluiten betrof of zonder beleidsvrijheid. De weigering van de vergunning was geen routinebesluit en er was beleidsvrijheid, zodat het afdelingshoofd onbevoegd was het besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Er was geen bekrachtiging van het besluit door het college, zodat het besluit niet in stand kon blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van het mandaat.