Uitspraak
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200803439/1) kan het (mede-)verantwoordelijk zijn voor het openhouden van een onderneming niet als een hand- en spandienst worden aangemerkt. De verklaring, dat de vader van één van de vennoten vanwege een noodzakelijk bezoek aan de huisarts op de dag van de controle de vreemdeling heeft gevraagd de wasserette te openen in afwachting van zijn komst, is in tegenspraak met de in het boeterapport opgenomen verklaring van de veemdeling zelf en heeft reeds daarom niet de betekenis die [wederpartij] daaraan gehecht wil zien. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte overwogen dat aannemelijk is gemaakt dat het ging om enige hulp en geen sprake was van structurele werkzaamheden. Ook de overige door [wederpartij] gestelde omstandigheden, te weten dat de vreemdeling hiervoor geen vergoeding heeft ontvangen, dat ten tijde van de controle geen klanten aanwezig waren in de wasserette, dat de vreemdeling derhalve geen concrete werkzaamheden heeft verricht en dat de vreemdeling al jaren werkzaam is voor een scheepvaartbedrijf en ten tijde van de controle op vakantie was bij zijn familie te [plaats], vormen op zichzelf en in onderling verband bezien geen aanleiding om het hanteren van het boetenormbedrag door de minister onevenredig te achten.