ECLI:NL:RVS:2010:BL4531
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling noodzaak escortering bij uitzetting en verhaal uitzettingskosten op vervoerder
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage waarin het verhaal van uitzettingskosten op Ukraine International Airlines (UIA) werd vernietigd. De kwestie draait om de noodzaak van escortering bij de uitzetting van een vreemdeling op 19 mei 2005 en de rechtmatigheid van het verhalen van de kosten op de vervoerder.
De Raad van State stelt dat de beslissing over escortering primair aan de staatssecretaris toekomt en dat diens oordeel terughoudend door de rechter moet worden getoetst. Uit de incidentnotitie blijkt dat de vreemdeling zich verzette tegen uitzetting, wat de directe aanleiding vormde voor de escortering. De Raad volgt de staatssecretaris in zijn standpunt dat zonder verzet de vreemdeling zonder escortering zou zijn uitgezet.
Verder oordeelt de Raad dat het besluit van 30 april 2008, waarin de kosten op UIA werden verhaald, zorgvuldig tot stand is gekomen. De kosten zijn gebaseerd op de tarievenlijst uit de Vreemdelingencirculaire 2000 en UIA kon weten dat de kosten hoger zouden uitvallen dan alleen de ticketkosten. Er is geen sprake van onzorgvuldigheid of onvoldoende motivering. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van UIA ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat escortering noodzakelijk was en verklaart het beroep van UIA ongegrond.