Uitspraak
200303199/1), behelzen paragraaf 7.6.1 en 7.6.2.2 van de bijlage wettelijke voorschriften, waarbij aan het CBR geen ruimte is gelaten om per geval rekening te houden met de individuele belangen van betrokkene. Dat de uitval volgens beide neurologen licht te noemen is en dat deze functiestoornis naar hun oordeel niet relevant is in relatie tot autorijden, maakt niet dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, deze functiestoornis mede moet worden bezien in het licht van de fysieke en mentale eisen die mogen worden gesteld aan bestuurders van de categorieën motorvoertuigen, waarvoor de verklaring van geschiktheid wordt gevraagd. Nu [wederpartij] als gevolg van zijn CVA niet voldeed aan het bepaalde in paragraaf 7.6.2.2 van de bijlage, was het CBR verplicht de gevraagde verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorieën C en E bij C te weigeren. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat het CBR niet voorbij mocht gaan aan de adviezen van de beide neurologen.
200608543/1), de rechter niet vrij te treden in de billijkheid van de regelgeving en het is de taak van de wetgever om te beoordelen of veranderde medische inzichten tot aanpassing van de regelgeving moeten leiden. Het betoog slaagt.