Uitspraak
200704789/1, aan dat de door de vreemdeling verrichte werkzaamheden zijn aan te merken als reële en daadwerkelijke arbeid en niet als louter marginaal en bijkomstig, dat sprake was van een gezagsverhouding tussen de vreemdeling en zijn vader, dat doorgaans voor deze werkzaamheden een vergoeding wordt betaald en de gewerkte uren in rekening zijn gebracht bij [bedrijf], hetgeen volgens de minister duidt op betaalde arbeid. Tevens heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat nu in dit geval geen sprake is van werknemerschap in de zin van artikel 39 van Pro het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 45 van Pro het VWEU, ervan moet worden uitgegaan dat de werkzaamheden zijn verricht met gebruikmaking van het recht van vrije vestiging dan wel dienstverlening, in de zin van artikel 43, thans, na wijziging, artikel 49, van het VWEU, respectievelijk artikel 49 van Pro het EG-Verdrag, thans, na wijziging, artikel 56, van het VWEU, aldus de minister.