Uitspraak
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
Raad van State
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 19 februari 2007 een boete van €164.000 op aan appellant wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De minister verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank 's-Hertogenbosch de boete matigde tot €155.800. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat het feit dat de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) de tewerkstellingsvergunningen had afgewezen, niet relevant was voor de beoordeling van de overtreding. Appellant had bewust het risico genomen vreemdelingen zonder geldige vergunning arbeid te laten verrichten. De rechtbank had terecht geen aanleiding gezien om de boete verder te matigen op grond van bijzondere omstandigheden of financiële situatie van appellant.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.