ECLI:NL:RVS:2010:BL5989
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- H. Vonk
- H.H.C. Visser
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting minderjarige vreemdeling vanwege ontbreken voogdijvoorzieningen
De minderjarige vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris van Justitie. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij tijdens de behandeling van het hoger beroep zou worden uitgezet.
De vreemdeling wees op het ontbreken van voogdijvoorzieningen in Malta en op twee interim measures van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder één in een Nederlandse zaak. Gezien de aangekondigde uitzetting op zeer korte termijn, achtte de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het noodzakelijk het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.
De voorlopige voorziening houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
Partijen werden uitgenodigd voor een zitting op 2 maart 2010 om de voorlopige voorziening eventueel te wijzigen of op te heffen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Claessens, in aanwezigheid van ambtenaar Vonk en rechter Visser.
Uitkomst: De uitzetting van de minderjarige vreemdeling wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.