Uitspraak
200206819/1, is artikel 3:11 van Pro de Awb te zien als een uitwerking van de openbaarmakingsplicht, die ziet op het uit eigen beweging verstrekken van informatie door een bestuursorgaan.
Raad van State
Bij besluit van 22 september 2009 stelde de raad van de gemeente Reusel-De Mierden het bestemmingsplan voor een locatie vast. Verzoekers, wonend nabij het plangebied, stelden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzitter behandelde de verzoeken en oordeelde dat verzoekers belanghebbenden zijn.
Verzoekers stelden dat bij de terinzagelegging van het ontwerpplan geen regels waren gelegd en dat bij vaststelling regels waren toegevoegd die niet voldoen aan wettelijke eisen. Tevens ontbraken essentiële onderzoeksrapporten bij het ontwerp en vastgestelde plan, waardoor zij niet inhoudelijk konden reageren. De raad erkende een fout bij de planregels, maar meende dat dit geen belangen zou schaden.
De voorzitter oordeelde dat het ontbreken van de juiste planregels en onderzoeksrapporten niet kan worden gepasseerd, omdat deze essentiële onderdelen zijn voor de rechtszekerheid en beoordeling van het plan. De raad had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de juiste stukken ter inzage lagen. Dit leidt tot strijd met artikel 3.1 Wro en artikel 3:11 Awb Pro, wat aanleiding geeft tot vernietiging in de bodemprocedure.
Gelet hierop schorst de voorzitter het bestreden besluit en veroordeelt de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers. Er is geen aanleiding de proceskosten van de belanghebbende te vergoeden, omdat deze het besluit onderschreef.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt geschorst vanwege niet ter inzage gelegde essentiële stukken en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.