Uitspraak
200405311/1) - terecht overwogen dat het bestemmingsplan zich niet verzet tegen kortdurend en incidenteel gebruik van het terrein in strijd met het plan. Daarvan is in het onderhavige geval, anders dan het college betoogt, echter geen sprake. De voorzieningenrechter heeft in dit verband terecht overwogen dat het festival, het opbouwen en afbreken van de voorzieningen hieronder begrepen, verscheidene dagen duurt. De omstandigheid dat het opbouwen en afbreken van de voorzieningen minder tijd in beslag zou kunnen nemen als de noodzakelijke werkzaamheden ook overdag zouden worden uitgevoerd, doet daaraan niet af. Dat deze werkzaamheden eveneens worden uitgevoerd ten behoeve van de Hollandse muziekavond, waarop het verzoek om handhaving geen betrekking heeft, is evenmin van belang, reeds omdat vaststaat dat dat amper verschil maakt voor de duur van de werkzaamheden. Voorts heeft de voorzieningenrechter in artikel 4.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Bro terecht aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat niet te snel moet worden aangenomen dat sprake is van gebruik in overeenstemming met het bestemmingsplan. Met dit artikel, dat met ingang van 1 juli 2008 geldt, is niet beoogd een wijziging aan te brengen in de toetsing van evenementen aan een bestemmingsplan. Gelet op het voorgaande heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat het gebruik van het terrein ten behoeve van het festival in strijd is met artikel 25, eerste lid, van de planvoorschriften. Deze strijdigheid had het college kunnen opheffen door ontheffing als bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, van het Bro te verlenen, nu aan de toepassingsvoorwaarden van dit artikel is voldaan; het festival valt binnen de termen van dit artikel. Dat is echter niet gebeurd. Onder deze omstandigheden, is de voorzieningenrechter terecht tot de slotsom gekomen dat het college bevoegd was handhavend op te treden tegen het houden van het festival op het terrein.