ECLI:NL:RVS:2010:BL6225
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens onjuiste eigendomsaangifte bevestigd door Raad van State
De RDW trok de erkenning bedrijfsvoorraad van de wederpartij voor zes weken in omdat deze een voertuig aanmeldde dat niet zijn eigendom was. De wederpartij betwistte dit en stelde dat het voertuig eigendom was van zijn zoon en niet bedoeld was voor wederverkoop.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen vernietigde het besluit van de RDW wegens schending van het motiveringsbeginsel en oordeelde dat nader onderzoek naar de eigendomssituatie had moeten plaatsvinden. De RDW ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de RDW in beginsel mocht uitgaan van de verklaring van de wederpartij tijdens het controlebezoek, waarin deze toegaf dat het voertuig niet zijn eigendom was maar dat van zijn zoon. De latere betwisting door de wederpartij was onvoldoende onderbouwd met objectief bewijs om nader onderzoek te rechtvaardigen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond, waarmee de intrekking van de erkenning door de RDW werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad door de RDW wordt bevestigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.