Uitspraak
200607474/1), is immers ook een opdrachtgever die via een tussenpersoon arbeid laat verrichten aan te merken als werkgever in de zin van de Wav. Aangezien voor de verrichte werkzaamheden een vergunning krachtens artikel 2 van Pro de Wav was vereist en [appellant] niet over een dergelijke vergunning beschikte, heeft [appellant] dit artikel overtreden. De rechtbank is derhalve terecht tot het oordeel gekomen dat de minister de aan [appellant], opgelegde boete wegens de tewerkstelling van de vreemdeling terecht heeft gehandhaafd, zij het dat de rechtbank deze boete heeft gematigd.