Uitspraak
200907770/1/H1, ter zitting behandeld op 22 februari 2010, waar [appellante], bijgestaan door mr. A.M.H. Dellaert, en het college, vertegenwoordigd door N.J.M. Röling, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. J.A. Oudendijk, advocaat te Amsterdam, en [belanghebbende], gehoord.
200606965/1, terecht overwogen dat voor de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening hoeft te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. De rechtbank is derhalve terecht tot de conclusie gekomen dat het college bij het besluit op bezwaar bij het berekenen van de parkeerbehoefte terecht geen rekening heeft gehouden met overige functies ter plaatse.