ECLI:NL:RVS:2010:BL8656
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D.A.C. Slump
- J.J. den Broeder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) had het rijbewijs van wederpartij ongeldig verklaard op 16 april 2009. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank Breda het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en schorste het besluit tot ongeldigverklaring, met de verplichting het rijbewijs terug te geven.
Het CBR stelde hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat het rijbewijs ongeldig zou blijven in afwachting van het hoger beroep. Het CBR stelde dat de verkeersveiligheid in gevaar zou komen als wederpartij direct weer mocht rijden.
De voorzitter overwoog dat het CBR het rijbewijs niet meer in bezit had en geen belang had bij ontheffing van de verplichting tot retournering. Daarnaast kon het CBR een nieuw besluit op bezwaar nemen, waarbij een aanvullend rapport van een keurend psychiater kan worden betrokken. Gezien het tijdsverloop en het ontbreken van recidive werd het verzoek afgewezen.
De voorzitter veroordeelde het CBR tot vergoeding van proceskosten aan wederpartij van € 437,00. De uitspraak werd op 16 maart 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek van het CBR om een voorlopige voorziening tegen de schorsing van het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs is afgewezen.